Geschifte geschriften

van Francis Franck

tussen 1963 en 1994.

't Eendje.

goudzoeker

vrij

noot (2)

Het leven.

noot

sarkasme

vrede

Megalomanie.

niets

haven

ik

Neen.

roos

kapot

varia

Asociaal.

regen

vondeling

in mijn tuin

Over gehoorzaamheid

grijs

hoop

waarom

Zelfportret

boer

zwaan

Nagedachtenis

Over liefde

sterf

lente

Recht

Over mezelf

alleen

arend

Aai Koe

Om over na te denken

Ego

zon

Klaaglied

sneeuw

...

dode-vogel

Peine de Mort

mank

revolte

goot

Transformatica

     

Windmill

Ooit gedacht ...

horizontal rule

't Eendje.

't Eendje in de sloot
ligt te wachten op de dood.
Kopje onder,
Wieltjes boven,
Gele plastic.
Niet te geloven.
Het leven.

Het leven zijn vergeten woorden,
U schreiend danken en
niet meer weten wat te doen.
Megalomanie.

Hoe kan een mens beseffen,
de grijsheid van een steen?
Hoe kan ik mij verheffen,
uit de leegte om mij heen?
Neen.

Zou het toeval zijn dat het leven nevel wordt,
een nee en tien niet,
maar dat de dood zich niet keren laat?
Asociaal.

mensenschuwe hersenschimmen,
hersenschuwe mensenschimmen.

Januari '94
Over gehoorzaamheid

 
In het begin was het Woord
en het Woord was bij God
en het Woord was God. (Joh.1,1)
Gehoorzaam zijn. Gehoorzaam tot in de dood. Gehoorzaam zijn en anders niet : niet zíjn of ... niet gehóórzaam zijn?
Ge-HOOR-zaam heet het, niet ge-zicht-zaam. Want je ogen zou je nog kunnen sluiten, daar heb je oogleden voor. Maar horen zal je! Zo hóórt het toch?
Trouwens, de dode sluit men de ogen, maar zijn oren blijven open. Waarom zou men anders muziek maken voor de afgestorvene, en geen vuurwerk? Daarom ook bidt men en spreekt tot de doden : zij zullen gehoorzamen tot in de dood! Gehoorzaam als de Zoon aan de Vader, als de soldaat aan de sergeant, als het kind aan zijn ouders, als de automobilist aan de snelheidsbeperking, als de hond aan zijn baas, als de planeet aan zijn baan, als de pijn aan de ziekte.
Wees gehoorzaam, werd ons geleerd, dan zullen je ogen opengaan. Dan zal je inzien waarom al wat niet geboden is, verboden is. Je mag iets door de vingers zien, de ogen voor iets sluiten, maar wie niet horen wil, moet voelen. Ongehoorzaamheid betekent schuld en straf. Wrange vrijheid, die keuze tussen gehoorzaamheid tot in de dood en de doodstraf voor ongehoorzaamheid!
De gehoorzame luistert enkel en vraagt niet; gehoorzaam zijn is louter aanvaarden, alsof je er zelf om vroeg, al moet je daarbij je eigenheid te verloochenen. Uiterste gehoorzaamheid is dan ook er-zelf-om-vragen : gehoor geven aan onuitgesproken, dus ongehoorde opdrachten, de anticipatie van het bevel. Daarom ook vraagt de gehoorzame ongehoorzame zelf om straf.
De noodrem voor gehoorzaamheid is de ongehoorzaamheid die eenzaamheid heet : de gehoorzaamheid aan de wereld vermijden in de onvermijdelijke gehoorzaamheid aan jezelf ... en jezelf straffen voor die ongehoorzaamheid. Het kwaad straft zichzelf, zegt men. Dáárom dus die depressie!

 

(12 december 1994)

Zelfportret
 
Een paar jaar geleden schreef ik : "Ben ik ik? Of wat ik zou willen zijn..." Eind 1994, na een paar maanden diepe depressie, werd het : "Alter ego : Ben ik ik? Of wat men vindt dat ik zou moeten zijn..."
Helaas, ik ben ik en niet wat ik zou willen zijn!
Vreemd, ik ben ik en niet wat men vindt dat ik zou moeten zijn!
Ik ben dus spijt, spijt dat ik niet ben wat ik zou willen zijn, want ... ik ben een genie in ‘t diepst van mijn gedachten. Een Prigogine die de orde uit de chaos puurt, een Chomsky die naar de taal der talen graaft, een Dennett die ons bewustzijn tot bewustzijn brengt, een Übermensch van Nietzsche op de drempel der waanzin, een Hamilton die de schoonheid verzilvert, een Beethoven die haar de Mondschein schenkt. Voor mijn computer ben ik zo’n genie, hij is mijn beste vriend geworden, hém ik wil mijn beste leerling maken. En toch streef ik niet naar macht, ik zoek enkel erkenning, erkenning voor de leerling van het genie dat ik niet ben. Helaas!
Verder ben ik vreemd, want ik ben niet die men vindt dat ik zou moeten zijn : Dr. Ir. (blijf met je poten van die computers, natuurkunde is je vak) F. J. Franck, A5 op weg naar A4 bij het GCO, succesvol projectleider, trots op wat ie bereikt heeft, eigenaar van een paar eigen huizen en weet ik meer. Neen, ik ben de eeuwige go-between. Tussen wat ik zou moeten zijn en wat ik zou willen zijn, tussen mijn verleden en mijn toekomst, tussen mijn ouders en mezelf, tussen functionaris en genie, tussen directeur en collega, tussen soldaat en gewetensbezwaarde. Oh, droeve dictatuur der maat-schappij die mij háár ambities opdringt. Zij slaat mij op de vlucht : in eenzaamheid, asociaal en ziek. Waarom toch is die karikatuur met die wipneus tussen de uitslaande oren het tussenwerpsel bij uitstek, iedereens favoriete go-between? Het is mijn lijfreuk. Zeg nu zelf, welke reu zou de loopse compromisteef die men van mij gemaakt heeft, versmaden?
Hoe anders lijkt mij dan mijn uiterlijke zelfportret, wat ik zie als ik in de spiegel kijk of beter : wie de mensen om mij heen zeggen te zien. De vriendelijke (kon ik maar af en toe eens on-vriendelijk zijn), beminnelijke (zou ik het merken als het niet zo was?), grappende (neem ik dan nooit iemand au sérieux?), woordspelende (komt door mijn associatieve taalgevoel), meestal bescheiden glimlachende (habitus of verlegenheid?) Francis, die wel iedereen gedag zegt (beleefd zijn, jongen !), maar meestal geen tijd heeft om lang te babbelen (‘t interesseert hem echt niet). De meestal hard werkende matige tennisser, matige skiër, matige pianospeler, de - ondanks zijn goede talenkennis - weinig overtuigende spreker, die enkel lijkt te ontwaken als hij het woord informatica hoort. Niks geen genie, dus. Enkel een niet meer zo jonge, tamelijk onvolwassen ‘jeune’ homme de bonne famille. Ben ik dan toch een beetje wie men vindt dat ik zou moeten zijn?
Of ben ik daarvoor nog te koppig, te eerzuchtig en te asociaal?

(30 januari 1995)

Over liefde

liefde is wat men niet kan missen
om alles te kunnen missen en
wat men niet moet missen
als men kan alleen zijn.
 
liefde is verlangen om één te zijn en
één zijn in verlangen, door verlangen.
 
liefde is de kunst meer te geven dan men heeft en
de wetenschap meer te hebben dan men krijgt.
 
Als de liefde niet bestond,
werd de mens volwassen geboren.
Over mezelf
 
Als de mensen nu eens begrepen dat ze mij niet begrijpen,
dan kon ik ze verstaan.

Een waterhoofd vol kolken. Draaikolken,
geen fonteinen behalve mijn gezeik.

Alter ego : Ben ik ik? Of wat men vindt dat ik zou moeten zijn...

Te groot voor de poppen, te klein voor de kerels!

Denken >< Praten.

Geen tapes, wel floppies.

Om over na te denken
 
Hoe eindigde de "mooiste dag van mijn leven"?

idealen zijn wat ieder zoekt en niemand vindt,
en wat, als niemand zocht, eenieder vinden zou.

Hoop en droom zijn kruiden in de levenssoep.

Er zijn superieure en inferieure oneindigheden.

zilver klavesimbel springt frisse
                       sintels

sneeuwen dringen binnen in
het zand van mijn hart
de beek klatert geen
zilvervis meer

hij verdronk in het
waterbloed van mijn
hand onder de ijseis
van mijn huid

de sneeuw is dood
gesmolten door mijn
tranen om de dood van
de vis
om de sneeuw heb ik niet geweend

Ik
door
mank
 
  lam leven
ik
 
 
 
 
wou
wouden
houwen

 om
één
stuk stok
 te   steunen
ik sleep
     mee
    met
   leem
  leeg
 leven

 
 
 
 
 
 
ikvallanglevenloos ...
goudzoeker

in de grauwe rotshand van de oude man
lag rauw rouwgoud
requiescat in pace
op het blauwe graf van de oude man
staat in flauw goud
requiescat in pace
in het lauwe hart van de oude man
stierf het koude goud
requiescat in pace
de oude vrouw
een gouden droom
requiescat in pace
en een gouden klok rouwt
requiescat in pace
ik ben een liefdestoicijn
ik wil geen witte krans
pindas pellen
als liefde dood moet zijn
ik zal geen schillen willen
maar noten kussen
niet kraken

er is geen liefdemedisijn
geen noot
alleen
dood

leer leven met niets
 de dag de nacht de wind
leer leven met niets
leer leven met niets
 de lucht de put het ijl
leer leven met niets
leer leven met mij
regen

ik wil regen
ik wil veel regen

ik wil veel wenen
ik wil wenen

ik wil mee wenen
mee met regen
alleen met regen
alleen ...
met jou
om de regen

in mijn hand
hangt
een papieren roos

een doodrood skelet
en aders zonder bloed
een waarbang beeld

in mijn hand
snokt een kramp

ik wil een echte roos

een grijs meisje is gelopen
in de straat van mijn loden ogen
zij had ...
zij had zilveren bazuinogen

maar zij is heengereden
heen in een witte wagen
door de trage straat
van mijn ogen
het lood is gesmolten
de dood van mijn loden ogen

de poort staat open
kom weer bazuin
geef ...
geef me koperogen
heen de loden straat?
HEEN?

boer

die man die
ik in zand zie staan
die man die
dankt de aarde
die man die
op zichzelf staat
sterf

een galglach
en geen traan
een harde galglach
en de sarkast
in een lange gang gevangen
en versmacht
de galg leeft weer
om te wenen
en de sarkast lacht
en het hart valt
in de lange gang
één steen weent
alleen
stond hij
weesverlaten
dromen te schrijven in
het zwarte zand
de sneeuw
zoutte
pepergedachten naar
                         b
e
n
e
d
e
n

hij weende ze
in het zwarte zand
de wijzers
prikten
sekonden
eenzaam
bleef hij staan

hij was zijn ik
verloren
en moest ...
met de rest door
het leven gaan

EGO

ik ben een kei
een kleurloze klei-kei
in krantenpapier
en ik denk dat ik een diamant ben
op zwart fluweel
zij heeft muziekogen
en een schonberghart
ze is geen egoistische
washand zonder hand

ze vlucht mij met hindeogen
want ik ben een geraamte
zonder beenderen

ik weef mijn vingers in
haar zachte hand
en ik lach met de dood
van de sneeuw
in zijn zwart graf

revolte

de man die zichzelf zag staan
- hij is niet doorgegaan -

de man heeft de spiegel stukgeslaan
- de man hij is doodgegaan -
een scherf in zijn hand
had de moord begaan
hij lag bloedend
                     in de hand
                                 van de man

die      die
zichzelf      zichzelf
zag      zag
staan      staan
hij dacht dat hij
een vrij man was
hij vond dat hij
een zeer vrij man was
het was dat hij
geen vrij man was
en hij trapte de pedalen
sarkasme

hij wenste een
mens te zijn
hij kende het
alfabet en van ostayen
maar hij wist niet wat een
filosoof is
het was geen mens
haven

wufte lucht
en een boot zucht
en een meeuw schreeuwt de dag
en lanen kranen kreunen de dood

vale dag
harde lach

diep brandt de zon de haven rood
in aardeaders klopt bloed een slag
en een stijve stomme stoet wordt de dag

in mijn haven stoomt de boot
en zinkt de zon
en zingt de meeuw

en een kraan wurgt de lucht

en de zon geeft
en de dag .....
... een schreeuw
dood ... en het leven
zucht

er ligt een hart
kapot
er ligt smart
als water naast de
kapotte vaas
er ligt een bloem
droef
dwaas
is er lijm?
vondeling
ik
in
 
het  
 
 
 
heb het hart gelegd
zwart nachtgras
zwart galde het hart
zwart hart want het was nacht
zwart werd blauw
zwart werd rood
zwart werd groen

het rode hart heeft geleefd in
groen
tot ...
groen wit werd
dan zwart

hoop

in de groene beek
sterft de stilte
in de lange beek
sterft de stilte
in de wrange beek
sterft de stilte
het hart wordt week
in de beek
de groene beek
van stille kilte
op de zee
      de verdwaalde zwaan
            treurt

op de zee
            treurt
        de zwarte     zwaan

ze is niet wit

in een late lente
bloeide
een knakke knop
in mijn vlees

nu
zingt
een jonge mees
op de knop
van mijn vlees

er zit een arend
op een rosse rots
hij treurt om de zon
de rode zon
die zacht zinkt
en stil de armen
strekt
naar haar dag
de arend hapt ...
een karkas
en hij wacht op de dag
en de zon
de oude
   vrouw
    wou de zoenzon zien
de oude
   vrouw
    kauwde
de kou want ze
    wou de zoenzon zien
ze heeft de zoenzon
            gezien
de oude
   vrouw want ze
    wou de zoenzon zien
            ze gaf niet om
de kou
dode - vogel
-
in de nacht
       hangt
              een touw
een man
       gedroogd
              in de kou
wiegt
       wit
              in de wind
-
in de nacht
       hangt
              een lied
een vogel:
       een luguber lied
              valt
-
in de nacht
       laat
-
de regen wurgt
       de witte wacht
fataallaat
       in de nacht
-
de vogel
       wacht ...
-
de man /
       witte onmacht
              in rouwtouw
aan de nacht
-
de gorre goot
toogt sekondende druppels
de gorre goot
draagt sekondende druppels
de gorre goot
overstroomt sekondende druppels
de gorre goot
slikt sekondende druppels
ik hang met
een kwartse kwart
aan de kille notelaar
ik denk
... dat ik een kwart ben ...

NEE
  ik ben
  ik zou moeten zijn
  ik schim een dorre noot
  een n-de
       dorre
              domme
                     dove noot
een noten -a - toom

het gebeurde eens
's anderendaags in de krant
de man las
de bom ontplofte
de man was
men is beter geen
pasifist
ik ben een aktetas
vol prietpraatpapperassen
een g
          e
           b
            r
             o
              k
               e
                n pers-oon
door EGOISME
gekluisterd
uiteen      ge      rukt
geperst
gehoond
een zagemeelpop
een sentenvarken
onzijdig
varia
hij  
hij
 
 
 
hij
 
 
geeuwde
kende
de sneeuw
de sneeuw
kende hem nog niet
kende
de regen
de sneeuw heeft


hem nooit gekend
de radio
werd gewurgd

in mijn tuin
heb ik een grote
pijnboom
geplant

in mijn bloed
woelen de wortels
van de rode
pijnboom

in mijn tuin
buigt de
pijnboom
naar de grond
die hem voedt
met mijn bloed -

ik wou een koe zijn
een moee kalme koe
en roeien door het
sprietende gras en
samen met het gras
naar de televisie
zien of naar de maan

maar ik zie dat ik
een moee triestige
koe ben tussen
zilverberken en ik
staar naar molshopen

waarom?

NAGEDACHTENIS

Was het dàt?
Het was dat,
dat het was
... dat ...
het dàt was.

Was dàt het?
Dat wàs het!

Mocht het niet ietjes méér zijn?
(2-7-94)

RECHT

Ik meet enkel onrecht,
géén recht, niet recht.

Dààrom haat ik krom.
(3-7-94)

Aai Koe

Hoe mooi toch
de roos
die ontluikt
uit de verwelkte knop.
KLAAGlied

‘K ROCHEL en ik kreun.
Ik dwaal, ik zoek steun.
De zon kleurt mijn HOND ROS.
Zoek, zoek in het bos.

Vreet die frikaDEL, MAN!
Stop hem in je BEK, HET kan.
Een half blijft er OVER ...
Ik word er gek van.

Peine de Mort

Je was mijn lief, je was mijn ellende.
Het mocht niet zijn dat ik jou kende.

Grote onrust, wreed gestoord ...
Hebben ze jou in mij vermoord!

Nekschot, on-genadeslag,
Ik draag jou in je graf.

Nu treur ik om een trouwe vriend,
zoveel had ik dus niet verdiend.

Ik ben ziek, ik ben melaats.
Neem mij arm, neem mijn arm,
er komt toch niets in de plaats.

In het onweer van mijn kop
flitsen bliksemschichten
en roepen pijnen op
die zij niet verlichten.

Mineur zingt de toon
die mijn hoofd verdooft.
Zwanezwanger zinkt ie weg
om te verzuipen
in de doodskramp van mijn stuipen.

Transformatica

Trek de stekker,
Stop de wekker ...

Niet langer tikt de klok.
Goodbye bytes en bits,
Adieu flops en hits.

Enkel nog in mijn oren
suizen nu de ventilatoren.

Informatie, transformatie, deformatie.
Welke vormen?
Ze zijn dood, er was geen gratie.
Er blijven enkel wormen.

WindMill


You made me crazy, you made me ill.
You taught me not to do what I will.
Hence give me my mourning pill.
I’ll die in piece. Overkill.
 

(1 September 1994)